Mos helpt mee aan schone lucht.

Anno 2010 voldeed Nederland nog niet overal aan de de Europese norm voor fijn stof. Het toenmalige ministerie van VROM (nu Infrastructuur en Milieu) meldde dat Nederland de EU-norm voor stikstofdioxide, die vanaf 1 januari 2010 geldt, op een aantal plaatsen niet heeft gehaald. Het kabinet heeft daarom het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld om de luchtkwaliteit aanzienlijk te verbeteren.

Het onderwerp luchtkwaliteit verscheen echter al voor het eerst op de agenda toen in 1996 de Europese Kaderrichtlijn luchtkwaliteit verscheen. Maar luchtkwaliteit kreeg pas echt prioriteit toen in 1999 verschillende dochterrichtlijnen uitkwamen. In deze dochterrichtlijnen is achtereenvolgens vastgelegd welke normen voor specifieke stoffen gelden. Het gaat daarbij zowel om grenswaarden, als om richtwaarden en plandrempels. Plandrempels zijn toegestane overschrijdingsmarges in de periode dat grenswaarden nog niet gelden.
De problemen met de luchtkwaliteit in Nederland ontstaan door fijn stof, stikstofdioxide en ozon. Vooral op plaatsen met een hoge verkeersintensiteit of veel industrie overstijgen de concentraties fijn stof en stikstofdioxide in de lucht de Europese grenswaarden, met als gevolg dat verschillende bouwprojecten, zoals wegverbreding en de aanleg van woonwijken langs snelwegen niet kunnen doorgaan. Daarbij verergeren deze projecten de situatie vaak door het toenemende verkeer.

Fijn stof
Fijn stof (of PM10) is een verzamelnaam voor allerlei kleine deeltjes in de lucht: van zandkorrels en roetdeeltjes tot stukjes afgesleten autoband of wegdek. PM staat voor ‘particulate matter’ (fijn stof) en erachter wordt de diameter van de stofdeeltjes aangeduid. PM10 zijn deeltjes met een doorsnede van 10 micrometer (µm). Er bestaat ook PM2,5: deeltjes met een diameter van maximaal 2,5 µm. Deze deeltjes zijn nog fijner en schadelijker dan PM10.
Ruim de helft van het fijn stof in Nederland is van natuurlijke oorsprong. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld zeezout en bodemstof. De andere helft wordt veroorzaakt door menselijke activiteiten. Het verkeer is de grootste bron van fijn stof, vooral door het gebruik van diesel. Het verkeer stoot zo’n 40% van het fijn stof uit, op de voet gevolgd door de industrie die in 2010 naar verwachting evenveel uitstoot. De landbouw in Nederland, en dan met name de intensieve veehouderij (vooral pluimveehouderij) is goed voor ongeveer 15% van het fijn stof probleem in Nederland. Circa 30% waait over uit het buitenland. Nederland ‘exporteert’ driemaal zoveel fijn stof dan het vanuit het buitenland binnen krijgt.
De laatste jaren worden er met diverse soorten beplanting en beplantingsvormen als luchtfilter proeven gehouden. Naast bomen en heesters is uit onderzoek gebleken dat ook mos en vetplanten als sedum fijn stof kunnen opvangen en vasthouden.
Alterra meldt dat voor zover bekend fijn stof geen negatieve effecten heeft op planten. Uiteindelijk komt fijn stof terecht op de grond en wordt het geadsorbeerd aan bodemdeeltjes. Fijn stof zelf zal weinig schadelijk zijn voor het milieu. Organische verbindingen die aan het stof zijn geadsorbeerd, kunnen door in de bodem aanwezige micro- organismen worden afgebroken. Zware metalen echter zullen in de bodem accumuleren.
De binding van fijn stof door groenelementen is echter niet zodanig dat groenelementen ingezet kunnen worden ter bestrijding van fijn stof in Nederland. Groenelementen kunnen wel ingezet worden om de lucht te zuiveren op plaatsen die op of tegen de grenswaarden zitten, de zogenaamde ‘hotspots’. De beplanting kan op deze plaatsen helpen het aantal dagen dat de grenswaarde wordt overschreden te verminderen.
Mos
Uit onderzoek van de Universiteit van Bonn (D) blijkt dat mos fijn stof kan verteren. Het onderzoek toont aan dat 1 m2 mos jaarlijks ongeveer 20 gram fijn stof kan ‘opeten’. En dat is volgens de onderzoekers ‘een behoorlijke hoeveelheid’. Mos heeft geen wortels en kan met zijn hele oppervlakte stikstofverbindingen, fosfaten, calcium en dergelijke opnemen.
Inmiddels is de universiteit in Duitsland een proef begonnen langs de autoweg bij Bonn. In de proef wil men achterhalen of het daar geplante mos al het fijn stof weet op te nemen. Langs de autoweg 562 zijn zogenaamde mosmatten langs de middenberm gelegd.
Uit de proef is al wel gebleken dat mos alleen maar fijn stof kan opnemen wanneer het nat is. Bij droogte verliest het zijn filterende werking.

Volgens onderzoeker Fred Tonneijck (Wageningen UR) wordt de economische waarde van bomen vaak vergeten. Groen kan een belangrijke rol vervullen bij de bestrijding van luchtvervuiling. Bomen vangen stikstofoxide, ozon, ammoniak, zwaveldioxide en vluchtige organische stoffen op; ze vangen vervuiling af via huidmondjes op de bladeren. Welke stoffen het best kunnen worden afgevangen hangt af van de soort boom en de bladersoort. Brede, dunne bladeren zijn zeer effectief. Bladeren met een dikke huidlaag vangen veel vluchtige organische stoffen weg. Bomen met ruwe, harige bladeren vangen fijn stof op. Door de grotere omvang, onderscheppen bomen fijn stof beter dan bijvoorbeeld struik en kruidachtigen.

Uit onderzoek blijkt dat dennensoorten een groter vermogen hebben om fijn stof te onderscheppen dan de meeste loofbomen. Hierbij gaat het dan om de effectiviteit per oppervlakte-eenheid. Alterra heeft becijferd dat een normale stadsboom jaarlijks 100 gram fijnstof kan opnemen. Daarmee worden ongeveer 3.300 autokilometers gecompenseerd.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s